Lees voor

Wet Openbaarheid van Bestuur

Openheid is een belangrijke voorwaarde voor democra­tisch bestuur, evenals openbaarheid. Deze openbaarheid is wettelijk vastgelegd in de Wet Open­baar­heid van Bestuur (WOB). De WOB verplicht de gemeen­te de burger die daar om vraagt te informeren over de voor­bereiding en uitvoering van het beleid. Alle over­heids­documentatie is in principe openbaar. Het gaat hier niet alleen om schrif­telijke stukken, maar ook om bijvoor­beeld (video)ban­den, foto's en microfiches.

 

Wie vallen onder de WOB?
Onder de WOB vallen de ministeries en de bestuursorganen van provin­cies, gemeenten, waterschappen en de publiekrechtelijke bedrijfs­organi­satie, zoals bijvoorbeeld het college van burge­meester en wethouders of gedeputeerde staten.

Daarnaast is er inmid­dels een hele lijst met instellingen die ook onder de WOB vallen, zoals onder meer de Neder­landsche Bank, de Open Universiteit, het Kadas­ter, de Registratiekamer, de Octrooiraad, de Kamers van Koophandel.

 

Uitzonderingen
Een burger heeft niet zonder meer recht op alle informatie van de gemeente. De wet noemt een aantal belangen die ertoe kunnen leiden dat de gevraagde informatie niet hoeft te worden gegeven.

Er zijn twee uitzonderingsgronden van toepassing. Aller­eerst de absolu­te uitzonderings­grond. Verstrekken van informatie blijft achterwege als dit de eenheid van de Kroon in gevaar zou kunnen brengen of de veiligheid van de Staat zou schaden. Ook hoeven bedrijfs- en fabricage­gegevens die vertrouwelijk aan de overheid zijn verstrekt, niet te worden vrijgegeven. Naast absolute zijn er ook relatieve weigeringsgronden. Daarbij moet een belangenafweging gemaakt worden. Het gaat dan bijvoorbeeld om de economische en financiële belangen van de gemeente, het belang van opsporing en vervolging van strafbare feiten ­of de bescher­ming van de persoonlijke levenssfeer. Dat een gea­dresseerde als eerste kennis moet kunnen nemen van bepaalde informa­tie is uiteraard ook een goede weigeringsgrond.

Het meest voorkomend in de praktijk is het weigeren van informatie op grond van 'het voorkomen van onevenredige bevoorde­ling of benade­ling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtsperso­nen dan wel van derden'. Bij documenten die zijn opgesteld voor intern beraad, hoeft overigens geen informatie te worden verstrekt over daarin opgenomen persoonlij­ke beleidsopvattingen.

 

Hoe kan de burger aan informatie komen?
Aan een WOB-verzoek worden geen formele eisen gesteld. Het kan per telefoon, al is het gebruikelijker een briefje of fax te sturen aan bijvoor­beeld burge­meester en wethouders. Daarin hoeft alleen te worden aangegeven over welk onderwerp men iets wil hebben, de zogenoemde bestuurlijke aangelegenheid. ­Waarom iemand iets wil hebben, hoeft niet vermeld te worden.

 

Termijnen
Na een WOB-verzoek moet het overheidsorgaan zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen vier weken een beslissing nemen. Het besluit kan daarna hooguit vier weken worden uitgesteld, maar dat moet schrifte­lijk en gemotiveerd worden vermeld.

 

Weigering
Een gehele of gedeeltelijke weigering informatie te verstrekken moet schriftelijk gebeuren in het geval van een schriftelijk WOB-verzoek. Was het een mondeling verzoek, dan komt er alleen iets op papier als daar na een afwijzing nadrukkelijk om gevraagd wordt.

 

Procederen
Als een overheidsorgaan weigert bepaalde informatie te verstrekken, kan daartegen op grond van de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB) bij datzelfde overheidsorgaan binnen zes weken een gemotiveerd bezwaar­schrift worden ingediend. Er volgt dan na een hoorzitting een nieuwe beslissing.

In spoedeisende gevallen (pers/actualiteit) kan tevens bij de president van de plaatselijke rechtbank (sector bestuursrecht) een voorlopige voorziening worden gevraagd. Dat heeft overigens meestal alleen kans bij hele sterke zaken. Als de overheid er met de weigeringsgronden echt een potje van maakt, kan de rechter zelfs bij wijze van voorlopige voorzie­ning bepalen dat stukken direct moeten worden verstrekt.